Codex Alimentarius

De codex wattes? Met de Codex Alimentarius wordt het gehalte gluten in een product aangegeven. Er kan dus gluten in voeding zitten en toch is het glutenvrij. In dit artikel leg ik uit hoe dat kan en wat de Codex precies is en inhoudt.

In het artikel over Jillz kwam de Codex Alimentarius al aan bod, deze twee woorden zijn Latijn voor voedingsmiddelenwet/ afspraken. De twee VN organisaties FAO (voedsel- en landbouworganisatie) en WHO (Wereldgezondheidsorgansiatie) richtten in 1963 deze Codex op. Met als doel de volksgezondheid op internationaal niveau te beschermen en de eerlijkheid in de handel van voedselproducten te bevorderen. De Codex gaat over veel wat met voedsel te maken heeft, maar ik ga in dit artikel alleen dieper in op het onderdeel dat zich bezighoudt met het gehalte gluten in een voedingsproduct.

Op het etiket van een product zul je ‘Codex Alimentarius’ niet snel tegenkomen, maar voedselproducenten gebruiken deze term wel. Glutenvrije producten kunnen tijdens opslag, productie, verpakking en distributie in aanraking komen met gluten bevattende producten. Dit kan gebeuren wanneer verschillende producten over dezelfde productielijnen gaan.

De hoeveelheid gluten in een product wordt vermeld met ppm (parts per million). Als er minder dan 20 ppm gluten in een product zit, houdt dit in dat er minder dan 20 milligram gluten per 1 kilo in zit. Omdat de gevoeligheid voor gluten per persoon verschilt, zijn er twee categorieën binnen de Codex Alimentarius. De producten die de stempel ‘glutenvrij’ hebben en de producten die de stempel ‘zeer laag glutengehalte’ of ‘glutenvrij gemaakt’ hebben.

‘Glutenvrij’
Wanneer een product van nature geen gluten bevat of er bij het maken van het product geen gluten is gebruikt, mag het ‘glutenvrij’ genoemd worden. Ook mag een product glutenvrij genoemd worden wanneer het 20 milligram of minder gluten per kilo bevat. Dit is 0,02 gram per kilo en slechts een fractie van een mespuntje.

‘Zeer laag glutengehalte’/ ‘glutenvrij gemaakt’
Door technologische bewerking kan een (graan)product zo bewerkt worden dat de gluten er uit worden gehaald. Je kunt dan denken aan zetmeel dat van producten wordt gemaakt. Vaak worden deze producten bestempelt als ‘glutenvrij gemaakt’. De producent mag een product zo noemen als er tussen de 20 tot en met 100 milligram per kilo gluten in zit. Dit is in het uiterste geval een tiende van een gram. Deze producten mogen niet glutenvrij worden genoemd.

Voor coeliakiepatiënten kunnen zelfs de glutenvrij gemaakte producten teveel gluten bevatten. Ik laat deze producten het liefste liggen en kies voor de voedingsmiddelen met de stempel ‘glutenvrij’. De producten met 20ppm aan gluten kan ik goed verdragen. Wel probeer ik zoveel mogelijk van nature glutenvrije producten te eten omdat dit denk ik het beste is voor mijn lichaam.

Het product glutenvrij noemen terwijl het niet voor 100% glutenvrij is, kan verwarrend zijn. Maar uit onderzoek blijkt dat veel mensen met coeliakie zonder problemen de producten die minder dan 20ppm gluten bevatten, kunnen eten. Het kan voorkomen dat het gehalte aan gluten voor een coeliakiepatiënt toch te veel is, ook al is het wettelijk toegestaan. In dat geval zul je alleen producten kunnen eten die van nature 100% glutenvrij zijn.

Vragen staat vrij
Mocht je twijfelen of er in een product tarwe zit omdat er bijvoorbeeld op de ingrediëntenlijst tussen haakjes staat soja (wat niet altijd glutenvrij is), dan wil ik je aanraden om contact te zoeken met de producent. Zo mailde ik naar Jillz omdat er op het etiket staat ‘gerstemout’, waardoor bij mij meteen de alarmbellen gaan rinkelen. De producent vertelde mij dat het glutengehalte van Jillz onder de 1ppm is, dus als glutenvrij beschouwd mag worden.

Veel voedselproducenten hebben een website waar je je vraag kan stellen en met anderen kun je tijdens kantooruren telefonisch contact opnemen. Het is een kleine moeite en misschien mag je dan toch (weer) die lekkere saus of dat heerlijke stukje vlees eten.

Geef een reactie